Over deze plek
Duinkerke bouwde zijn eerste stadhuis in 1233 op de Place d'Armes, die later de Place Charles-Valentin werd; een tweede volgde in 1564, maar brandde in 1642 af; het derde werd in 1644 herbouwd en verdween pas aan het einde van de vorige eeuw. Het huidige gebouw is ontworpen door de architect Louis Cordonnier uit Lille, met als doel het bestaande stadhuis uit te breiden. Het werd in 1901 voltooid en plechtig ingewijd in aanwezigheid van tsaar Nicolaas II en zijn echtgenote.
Het werd tijdens de oorlog van 1939-1945 verwoest, maar na de bevrijding weer opgebouwd in dezelfde Vlaamse renaissancestijl. Het bestaat voornamelijk uit rode baksteen en natuursteen. Het is 56 m hoog en 27 m breed, en de belfort toren reikt tot 75 m. Zes beelden van personen die hun stempel op de geschiedenis van de stad hebben gedrukt, sieren de gevel.
Boven het portaal torent het majestueuze ruiterstandbeeld van Lodewijk XIV uit, een werk van de uit Lille afkomstige beeldhouwer Edgard Boutry, ter herinnering aan het feit dat de stad Duinkerke in 1662 dankzij de Zonnekoning Frans werd.
Binnenin is een prachtig glas-in-loodraam te zien, vervaardigd door de Parijse glas-in-loodkunstenaar Félix Gaudin in 1898, dat de terugkeer van Jean Bart na de Slag bij Texel (1664) uitbeeldt, een overwinning die hem in staat stelde om van de Nederlanders een vloot schepen terug te veroveren die geladen waren met door Frankrijk aangekocht graan, waardoor het land van een voedseltekort werd gered.
Het stadhuis van Duinkerke staat niet alleen bekend om zijn rijke geschiedenis. Tijdens het beroemde carnaval gooit de burgemeester namelijk elk jaar, bijgestaan door enkele medeburgers, vanaf de balkons gerookte haringen naar de uitzinnige menigte.