Over deze plek
In 636 werd in de monding van de Liane een bootje gevonden met daarin een houten beeld van de Maagd Maria met het kindje Jezus. Het werd ondergebracht in een kapel in de bovenstad, gebouwd op de plek van een Romeinse tempel.
In 1100 besloot gravin Ide van Boulogne om in plaats van de kapel een kerk en een crypte in gotische stijl te laten bouwen, om zo meer pelgrims te kunnen ontvangen die de Maagd kwamen eren.
Nadat Lodewijk XI in 1478 de leenheerlijkheid over het graafschap Boulogne had verkregen, hebben de Maagd en haar kathedraal talrijke beschadigingen ondergaan als gevolg van de oorlogen met Engeland en de godsdienstoorlogen van de 16e eeuw. In 1793 verbrandden de revolutionairen dit eeuwenoude beeld van de Maagd: vandaag de dag is er slechts een fragment van een hand overgebleven, dat in een reliekschrijn wordt bewaard. Vijf jaar later werd de kathedraal volledig met de grond gelijkgemaakt.
Dankzij abt Haffreingue werd de basiliek tussen 1827 en 1857 herbouwd, geïnspireerd op de Sint-Pietersbasiliek in Rome. In 1866 werd zij ingewijd als kathedraal „Notre Dame en Sint-Jozef“ en werd er een nieuw beeld van de Maagd uit eikenhout gesneden.
Sinds 1854 trekt het jaarlijkse bedevaartfeest van Notre Dame de Boulogne, dat loopt van het feest van Maria-Tenhemelopneming tot de laatste zondag van augustus en wordt afgesloten met de grote processie door de straten van de stad, nog steeds veel pelgrims uit de regio en daarbuiten.
Tijdens een bezoek zijn de 88 m hoge koepel, de preekstoel van gebeeldhouwd eikenhout in Lodewijk XV-stijl, de gekroonde Maagd en de Sacré-Cœur-kapel met haar marmeren versieringen niet te missen. De crypte van de kathedraal is met een lengte van 128 m en een breedte van 42 m een van de grootste van Frankrijk; ook deze mag u tijdens uw bezoek zeker niet missen.